4. DE ZORG VOOR KINDEREN.
Wanneer uw kind vier jaar is mag hij/zij in groep 1 beginnen. Van tevoren mag uw kind een aantal dagdelen ter kennismaking meedraaien in deze groep. In overleg met ouders bepalen we de data waarop de kennismaking zal plaatsvinden. Op alle dagen van de week kan een ouder een afspraak maken met de directeur voor een gesprek en een bezichtiging. Stroomt uw kind in een hogere groep in, dan is het meedraaien ter kennismaking ook geen probleem.
Wij vinden het heel belangrijk alle kinderen zo goed mogelijk in hun ontwikkeling te volgen om zo snel mogelijk extra hulp en aandacht te kunnen geven waar dat noodzakelijk is. In groep 1 observeert de klassenleerkracht daarom de leerlingen tijdens hun werken en hun spel. Soms neemt ze daartoe een paar kinderen apart om te bekijken in hoeverre deze kinderen bijvoorbeeld een aantal begrippen kennen en kunnen toepassen. Van die observaties maakt de leerkracht een verslag in het klassenschrift. Daarnaast worden in groep 1 en 2 de toets ‘Ordenen’ en ’Taal voor kleuters’ afgenomen. Ook in de andere groepen houden de leerkrachten een klassenschrift bij, waarin observatiegegevens en uitslagen van de methodegebonden toetsen en een aantal landelijk genormeerde toetsen van het ‘CITO’ worden genoteerd. De leerlingen van groep 6 en 7 maken aan het einde van het schooljaar de Cito ‘entreetoets’ waaruit hun niveau op het gebied van taal, rekenen en wereldoriëntatie blijkt. De leerlingen van groep 8 doen mee met de Cito-eindtoets die begin februari wordt afgenomen. Daarnaast wordt van iedere leerling bijgehouden hoe zijn/haar vorderingen zijn in een leerlingenmap. Eventuele bijzonderheden met betrekking tot het gedrag en/ of de gezondheid van het kind worden ook opgeschreven. Tijdens de ’10 minuten gesprekken’ bespreekt de leerkracht met de ouders hoe het met hun kind op school gaat. Buiten deze contactmomenten is het natuurlijk altijd mogelijk om met de teamleden in gesprek te gaan. Twee maal per jaar krijgen de kinderen een ‘rapport’. In dit rapport vindt u een ‘bolletjesgrafiek’ en een korte omschrijving voor de diverse onderdelen, zoals de sociaal emotionele ontwikkeling, de basisvaardigheden (lezen, taal, rekenen en schrijven), de kunstzinnige vorming, enz. Zittenblijven komt slechts heel sporadisch voor. In enkele gevallen kan het zinnig zijn dat een kind drie jaren doet om de leerstof van twee leerjaren tot zich te nemen. In deze gevallen wordt uiteraard ook eerst met de ouders overleg gepleegd om te bekijken wat voor het kind in kwestie de beste oplossing is, met name bezien in het licht van het ontwikkelingstempo van dát kind. Per slot van rekening vinden we het van het allergrootste belang dat ieder kind met plezier op school komt en zich daar in de groep veilig en gelukkig kan voelen.
- Twee keer per jaar wordt er door de collega’s een sociogram ingevuld. Kinderen geven anoniem aan met wie ze wel en niet kunnen/willen samenwerken en samenspelen. De uitkomsten van dit sociogram gebruikt de groepsleerkracht om kinderen die buiten de boot dreigen te vallen aan boord te houden, om bewust samenwerkduo’s te vormen en om het samenspelen van bepaalde kinderen te bevorderen. - In 2007 is er door ‘Onderzoek&Innovatie’ onder de kinderen van groep 5 t/m 8 een veiligheidsonderzoek uitgevoerd. Pestgedrag en de mate van veiligheid werd hierin onderzocht. De uitkomst voor onze school was positief te noemen. Door de kinderen werd op school een grote mate van veiligheid ervaren. En pestgedrag kwam slechts incidenteel voor.
Drie maal per jaar,wordt er met het hele team een leerlingbespreking gehouden. Om gericht de leerlingen te kunnen bespreken, maken we gebruik van formulieren die door de groepsleerkrachten worden ingevuld.
Deze besprekingen gaan met name over de
leerlingen die extra zorg en aandacht nodig hebben, soms omdat er sprake is van
een achterstand in de ontwikkeling, maar ook wel omdat het kind juist extra
leerstof aangeboden moet worden. De interne begeleider heeft circa vier maal per
jaar een bespreking met de groepsleerkrachten apart over de leervorderingen en
het ‘klimaat’ in zijn/haar klas. Dit
Soms is het nodig om, na overleg met de ouders, deskundigen van buiten de school in te schakelen voor adviezen. De interne begeleider neemt niet zelf de zorg voor deze leerlingen op zich, maar ‘begeleidt’ de collega’s in het zo optimaal mogelijk creëren van een gunstig werk- en leefklimaat voor alle leerlingen in de diverse groepen. De zorg voor de leerlingen met speciale behoeften wordt dus zoveel mogelijk in de klas door de klassenleerkrachten gerealiseerd, onder andere tijdens het zelfstandig werken. De interne begeleider houdt een leerlingendossier bij waarin de verslagen van de groeps- en leerlingenbesprekingen worden bewaard, naast de individuele toetsuitslagen en de vorderingenlijsten van de hele klas in de vorm van overzichten uit het leerlingvolgsysteem.
In groep 2 komt het wel eens voor dat een leerling nog niet toe is aan de overgang naar groep 3, of dat het tempo in groep 3 zo hoog is dat hij/zij dat niet aan kan. In die gevallen wordt, wanneer de ouders daar ook mee kunnen instemmen, soms besloten het kind nog een jaar langer in groep 2 te laten zitten of de leerling drie jaar te laten doen over de leerstof van groep 3 en 4. Steeds wordt in overleg met de ouders naar de voor het kind best mogelijke oplossing gezocht worden.
Er zijn individueel veel verschillen in
de ontwikkeling tussen de kinderen.
Wanneer extra hulp aan ‘zorgleerlingen’ niet het gewenste resultaat oplevert kan, na overleg met de ouders en de SBD, overwogen worden tot overplaatsing naar een andere Eibergse basisschool of naar de speciale basisschool ‘De Diekmaatschool’ in Neede. De ouders spelen in deze procedure een belangrijke rol. Vóór iedere stap wordt met hen overlegd en om hun toestemming gevraagd. De eventuele aanmelding van een kind op een speciale school gebeurt uiteindelijk door de ouders, het liefst uiteraard in samenwerking met onze school. Wanneer kinderen wegens verhuizing naar een andere basisschool zullen vertrekken, wordt er door de klassenleerkracht van de ‘3-Sprong’ een schoolrapportage geschreven om de leerkracht op de nieuwe school op de hoogte te stellen van het werk waarmee het kind op de ‘3-Sprong’ bezig is geweest.
a. De voorlichting aan ouders ten behoeve van de schoolkeuze van leerlingen.Door de scholen voor voortgezet onderwijs in Eibergen en omgeving worden kennis-makingsavonden georganiseerd waarvoor de leerlingen van groep 8 en hun ouders uitgenodigd worden. De klassenleerkracht van groep 8 heeft met alle ouders van de leerlingen van groep 8 in de maanden maart en april, nadat de uitslagen van de Cito eindtoets bekend zijn, een gesprek, om in samenspraak tot de juiste schoolkeuze te komen.
b. De keuze. In de maand februari maken de leerlingen van groep 8 de Cito-eindtoets. De uitslag daarvan komt op school en wordt in een gesloten envelop aan de leerlingen mee naar huis gegeven. Bij plaatsing op het voortgezet onderwijs speelt het advies van de basisschool in belangrijke mate mee. De uitslag van de eindtoets is daarbij indicatief. De ouders kiezen een vervolgschool voor hun kind waarbij de leerkracht van groep 8 een adviserende rol heeft. Welke opleiding er gekozen gaat worden zal sterk afhankelijk zijn van wat uw kind kan en wil, hoe zijn/haar belangstelling en aanleg zijn en hoeveel inzet hij/zij toont. Wil het kind een goede kans maken op succes, dan moet de opleiding dus passen bij de aard, het studievermogen en de interesse. De groepsleerkracht heeft in een van de laatste maanden voor het einde van het schooljaar een gesprek met de coördinator van de brugklas van de school waar de leerling is ingeschreven om de resultaten en werkhouding van de leerling te bespreken.
Er wordt jaarlijks extra materiaal aangeschaft waarmee individuele kinderen of groepjes leerlingen extra kunnen oefenen. Deze materialen staan deels bij elkaar in één ‘orthotheek’, een boekenkast vol remediërende materialen in de personeelskamer, en zijn deels verspreid over de school vindbaar in de klassen waar ze ook gebruikt worden.
4.7.1. Cijfers over vorderingen in basisvaardigheden.
De scores op de "CITO"-toetsen
van het leerlingvolgsysteem laten zich goed met elkaar vergelijken en geven ook
een goed beeld
Voor de school is het ook van belang de groepsoverzichten in de gaten te houden. Het kan gebeuren dat een bepaalde toets door de hele school matig scoort. Dit vormt voor de school een sein dat het met dat vak niet geheel naar wens gaat. Zo kunnen we op die wijze komen tot het besluit dat een nieuwe methode aangeschaft dient te worden of dat onze werkwijze met de huidige methode aangepast moet worden. Tijdens de jaarlijkse evaluatie van de zorgverbreding vormen dergelijke zaken onder andere onderwerp van gesprek.
4.7.2. Cito-eindtoets. De laatste jaren hebben de leerlingen uit groep 8 op de cito-eindtoets volgens de verwachting van het team gepresteerd. De scores van de laatste jaren; 2006: 533,8 2007: 532,3 2008: 538,7 2009: 540,3 We zien een stijgende lijn. De score in 2008 en 2009 liggen boven het landelijk gemiddelde. De gemiddelde standaardscore voor het hele land ligt elk jaar rond 535. (In 2008: 535,4 en in 2009: 535,5)
4.7.3. Uitleg Cito-scores. De uitslagen van de Cito toetsen worden van getal omgezet in letter. Daarbij kennen we 5 letters; A-B-C-D-E. Deze letters geven aan op welk niveau een kind heeft gescoord. A betekent in deze reeks een hogere score dan D. Vanzelfsprekend hoeft een kind niet alleen maar A’s te scoren. Wij kijken vooral naar doorgaande lijnen. Zit er tussen de toetsen een verbetering? Zet een ontwikkeling, op eigen niveau, door?
4.7.4. Inspectie.
Op 19 mei 2009 is de 3-Sprong bezocht door 2 inspecteurs. Zij hebben
de gehele dag op school bekeken hoe het stond met de kwaliteit. Een concept van het inspectierapport zal ons nog voor de zomervakantie toegestuurd worden en dat zal dan in de personeelskamer ter inzage liggen voor alle ouders. Na de zomervakantie is het definitieve inspectierapport te lezen op de officiële website van de onderwijsinspectie: www.onderwijsinspectie.nl Klik op de knop: Zoek Scholen. Breng dan de volgende gegevens in:
Klik op de knop: Start zoeken. Klik tenslotte op de regel: "OKV-rapport van 19-05-2009" om de meest recente informatie te raadplegen.
|